Wie is normaal?

BoekenOver mannen met een sterk karakter gesproken. Toen in 2003 het boek ‘Te gek om los te lopen’ van Bram Bakker uitkwam, heb ik het binnen 24 uur uitgelezen. Ik kwam toen net uit een van de zwartste periodes van mijn leven, maar wist mijn toenmalige psychiater er niet van te overtuigen dat, ehm… nou ja, eigenlijk wist ik mijn toenmalige psychiater helemaal nergens van te overtuigen; als ik tegen mijn katten praatte kreeg ik meer respons. Wanhopig werd ik er vaak van: was zij dan geen mens, begreep ze me niet, begreep ze niet dat ze van doen had met een inmiddels door een zeer harde leerschool door de wol geverfde mondige patiënt? Of was ik toch echt gek?

Toen ik het boek van Bram las vielen mij de schellen van de ogen. Ik was niet gek, ik had de verkeerde psychiater! Dat vermoeden had ik al heel lang, maar ja, elke keer als ik in mijn wanhoop iets mompelde over psychiaters switchen begonnen zij (niet alleen de psych, maar ook de anderen waar ik mee te maken had van het GGZ) over ‘diagnose-bevestigend gedrag’, ‘aandacht-zoekende persoonlijkheid’ en meer van dat soort kretologie. Geen zin in, laat maar, ik was al zo moe, ik wou niet meer vechten, ik wou gewoon zijn. Niet eens gelukkig, maar gewoon zijn.

In 2004 was ik in ieder geval weer gewoon genoeg om de knoop door te hakken. Ik wilde weg bij het GGZ, en wel zo snel mogelijk. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken (inmiddels was Bram natuurlijk een zeer veelgevraagd psychiater en hij hield maar één dag per week privé-praktijk) en hem een e-mail gestuurd. Want dat kon, een e-mail sturen: hij heeft een eigen site, en daar stond zomaar zijn e-mail adres op.

Mijn verbazing kende geen grenzen toen hij me een paar dagen later opbelde (hij – de psychiater – mij – de patiënt – bellen! Ze hebben mijn onderkaak van de vloer moeten rapen geloof ik) en zei dat hij me wel wilde behandelen. Er zat een muizestaartje aan vast, het zou namelijk gefilmd worden voor de documentaire ‘De dwarse psychiater’ van Hans Polak – maar het kon mij niet schelen wie mijn verhaal zou kennen. Hopelijk zou het, naast publiciteit voor Bram, ook publiciteit voor de situatie van de psychiatrische patiënt opleveren.

De eerste keer dat ik Bram ontmoette was dus zéér naturel (not) met een microfoon boven mijn kop en een camera in mijn gezicht. Het bleek niet uit te maken. We gingen snel door mijn geschiedenis, stelden vast dat ik het gewroet in mijn verleden wel zat was, dat ik depressief was en dus een anti-depressivum nodig had – die mij eerder geweigerd waren omdat ik daar wel eens manisch van zou kunnen worden. Ja, dat gebeurt soms, bij bipolairen, maar ik heb altijd het sterke gevoel gehad dat mijn depressies mij een stuk meer in de weg zaten dan mijn manies (die waren kort en heftig en bovendien de kop in te drukken met veel benzo’s, die ik ook al niet kreeg). Binnen een uur stond ik weer buiten met een stapel recepten waar Bram en ik het geheel over eens waren – niet dat gedoe van ‘Wat wilt u zélf?’ en dan toch iets anders krijgen – en het gevoel dat ik tegenover een mens had gezeten. Een mensch, zelfs.

Drie maanden later (ik had Bram in de tussentijd nog twee keer gezien) ging het stukken beter met me. Alsof mijn kop eindelijk van die nare vissekom was verlost. Dingen vielen op z’n plaats. Ik functioneerde beter, mijn vrienden schrokken niet meer als ik ze eens zomaar opbelde (dat was daarvoor altijd slecht nieuws – wéér een crisis), ik deed zelfs wat freelance werk, ik begon serieus aan mijn autonome kunst. Ik ging op vakantie met mijn moeder zonder me opgefokt te voelen, integendeel, ik voelde me sterk en weerbaar en in staat om dingen van me af te laten glijden als ze me niet bevielen.

Een jaar verder woon ik samen met vriend R., hebben we een huis gekocht en staan onze eigen huizen in de verkoop. Makelaars, notarissen, aannemers, verhuizers – het begon mij wat te duizelen en een bekend gevoel stak de kop op: mijn hoofd stond op het punt om uit elkaar te spatten. Met een mailtje naar Bram en een gesprek via de telefoon, gevolgd door een persoonlijk gesprek, was de balans al weer een stuk hersteld. Geen nieuwe medicijnen, maar gewoon wat meer van het een en wat minder van het ander. Mijn aanleg voor manies en depressies zal er altijd zijn, maar ik hoef nu niet meer van crisiskliniek naar co-assistent naar een voor mij volledig onbekende psychiater omdat mijn vaste behandelaar er weer eens niet is. Bij elke instantie moest ik steeds weer dezelfde drek ophalen, een vertrouwensband proberen te bouwen met iemand die ik daarna hoogstwaarschijnlijk nooit meer zou zien, om vervolgens tóch niet die medicijnen (of die hoeveelheden) te krijgen waarvan ik wist dat ze hielpen. Als ik nu voel dat er iets ten slechte verandert is mijn psychiater hooguit een smsje ver weg. En alleen al dat idee is zo prettig, dat ik mezelf vertrouw en Bram niet lastig val met gebeurtenisjes die me vroeger uit het raam deden willen springen.

Nu is het vervolg van ‘Te gek om los te lopen’ uit, ‘Te zot voor woorden’. Omdat ik tegenwoordig geen slapeloze nachten meer heb kostte het me iets langer om het uit te lezen. Het is ook een heel ander boek. Minder schopperig, minder fel, minder persoonlijk. Objectiever, beter onderbouwd. Had ik dat twee jaar geleden gelezen, dan weet ik niet of ik me zo persoonlijk aangesproken had gevoeld. In dat stadium had ik het GGZ collectief z’n nek willen omdraaien, en ‘Te gek om los te lopen’ sloot daar precies bij aan. Misschien is Bram ook rustiger geworden, of vond hij het toch niet zo leuk dat zijn collega’s zo over hem heen vielen. Weet ik het, ik ben de psychiater niet. Veel van wat er in ‘Te zot voor woorden’ staat is even waar en nauwkeurig als dat wat in ‘Te gek om los te lopen’ te lezen valt, en ik ben het met de meeste zaken die Bram aanroert hartgrondig eens. Maar het raakt me minder. Of dat nou door het boek komt of door mijn gemoedsgesteldheid, who knows. Who cares. Het zijn aanraders voor patiënten die in hun hart weten dat het anders moet kunnen, en het zijn must-reads voor elke collega van Bram die ooit tegen een patiënt gezegd heeft: ‘Juist ja. En wat wil je dan zelf?’ – en die eventueel uitgesproken wens vervolgens zonder meer naast zich neer heeft gelegd.

Voor degenen die menen dat Ik Bram teveel ophemel: bite me. Ik ben er weer. En ik weet niet of ik er zonder Bram nog geweest zou zijn.

Bram Bakker online
‘De dwarse psychiater’, documentaire van Hans Polak

P.S.: Bram’s privé-praktijk zit vol, helaas.

Comments are closed.