Kleurenblind?

Net als waarschijnlijk heel veel van jullie ben ik mijn leescarrière begonnen met Gouden Boekjes. We hadden er een heleboel: over de hond die van zichzelf was, over brandweermannetjes, over de poes die dacht dat ie een muis was (nog steeds één van mijn favorieten, wat waren die tekeningen leuk!!!) en zo nog een stapeltje. Eén boekje ging over vier kleurpotloden: zwart, blauw, rood en geel, die – hoe educatief! – uitlegden over hoe je kleuren moest mengen. In mijn herinnering brak ééntje zijn punt af omdat hij te hard op zichzelf drukte (ze moesten op hun hoofd gaan staan om te kleuren, zie plaatje) – en daar begon het gedonder.
Die potloden hebben namelijk hun gezichtjes aan de kant met de punt zitten. En hoewel ik begreep dat een puntenslijper dat gebroken loodje in no-time weer scherp zou hebben, maakte ik me ernstige zorgen over het potlood. Want erg ver kon je niet slijpen voordat zijn gezicht tussen de messen zou zitten… Ik heb veel en lang nagedacht over hoe dat nou moest. Want potloden worden altijd stomp, en of je nou aan de onderkant of de bovenkant slijpt, als het levende mannetjes zijn moet dat wel pijnlijk zijn. Misschien hadden ze beter stiften kunnen gebruiken voor dat boekje. Maar ja, die drogen weer uit…
Overigens was ik als kind dol op puntenslijpen, ik herinner me dat we zo’n ontzettend fijn ding hadden, vierkant, drie draaimessen van binnen, laatje voor de schaafsels, knijpertje aan de voorkant, draaimechaniekje aan de achterkant, vastgeschroefd aan tafel. Die heb ik mezelf een paar jaar geleden ook cadeau gedaan, een fantastisch apparaat. En tegenwoordig kan ik zonder scrupules en tragische bijgedachten een potlood messcherp slijpen.

Comments are closed.