Schrik!

De hond zit te piepen in haar bench. Ik wil me, bozig, nog een keer omdraaien in mijn bed en bedenk me dan met een zucht dat, hoewel ze twee uur geleden met de opkomende zon al in de tuin geplast heeft, ze nu misschien moet poepen. Dat zit niet lekker dan, in zo’n kooi. Boven me hoor ik gestommel. Vreemd. De fretten waren, zoals meestal, los vannacht – maar die kruipen meestal op een gegeven moment zelf weer in hun kooi. Eerst boven kijken dan maar.
Ik steek mijn hoofd door het trapgat en schrik me een hartverzakking. Vlak voor de kooi is Neo, de kleinste en jongste (en ontdeugendste!) van het stel. Hij loopt moeizaam in rondjes, zijn hoofd helemaal scheef. Als ik hem oppak probeert hij zijn normale ding te doen: mijn vingers aflikken (lekker zout) en een nestje wroeten in mijn armen. Het lukt niet. Ik heb vannacht een luide bons en een piep gehoord – ik dacht dat ze een muis te pakken hadden. NU denk ik dat Neo ergens vanaf gevallen is en wellicht zijn nek gebroken heeft (ik heb een aangrijpend optimistische instelling).
Ik doe hem razendsnel in de kooi, ga weer naar beneden, kleed me aan en gooi een obligatoire tandenborstel door m’n mond, snel weer naar boven, grijp de speciale fretten-buidel, leg Neo er voorzichtig in, ga weer naar beneden, doe Vata aan de lijn en loop naar buiten – ik heb nog aan mijn portemonnee gedacht, en sleutels, maar dat is het dan ook.
Op weg naar het Zonneplein, waar de dierenarts zit, blijkt dat Vata inderdaad flink moet poepen, fijn, dat ook weer gehad, opschieten nu! Ik voel Neo rare bewegingen maken tegen mijn buik en probeer hem te stabiliseren met één hand, de andere heb ik nodig voor de hond.
Bij de dierenarts moet ik Vata mee naar binnen sleuren. Er staat iemand te keutelen bij de balie. De assistente heeft zelf fretjes weet ik, dus ik doe de rits van de buidel open en haal voorzichtig Neo’s koppie tevoorschijn. Het gekeutel wordt onmiddellijk afgebroken als ze ziet in wat voor staat Neo is, en 20 seconden later mag ik binnen komen in de behandelkamer. Tot mijn enorme opluchting constateert de dierenarts meteen dat Neo niet zijn nek gebroken heeft. Kennelijk heb ik van de spanning mijn adem zitten inhouden, want nu het verlossende woord gesproken is word ik zelf totaal draai- en zweterig. Dat gaat gelukkig snel genoeg over. Dan vertelt de dierenarts me het slechte nieuws. Neo heeft óf een oorontsteking die zijn trommelvlies geperforeerd heeft, óf hij heeft een herseninfarct gehad. Nou blijken zijn oren inderdaad allebei behoorlijk ontstoken. Eén keer per week doe ik daar onder krabbelig en kronkelig protest wat speciale olie in, die ik er dan voorzichtig weer uithaal met een wattenstaafje. Morpheus vindt dat nooit zo’n probleem, maar bij Neo moet je niet aan zijn oren komen. Dus zijn ze toch gaan ontsteken. Maar aangezien ik hem niet aan zijn oortjes heb zien krabben blijft de mogelijkheid van een infarct ook open. Hij wordt voor beide behandeld.
Er verdwijnen twee grote spuiten in Neo’s kleine lijfje. Hij weegt maar 750 gram! Dat is niet heel weinig voor een fret, maar zo in het algemeen vind ik het zelf toch maar een ielig gewichtje. Dan mag hij weer in zijn buideltje, en ik mag afrekenen. Dat wordt bruune bonen eten deze week. Kan me niet schelen. Ik krijg medicijnen mee (knijterhard, en dan in vieren delen alsjeblieft) en een zakje poeder waarmee ik een herstellende fretten-brinta kan maken.
Vata heeft een leuke hond ontdekt in de wachtkamer en nou moet ik haar wéér mee sleuren – naar buiten. Neo ligt geheel voor pampus in zijn zakje. Door de zon loop ik met enigszins opgelucht gemoed naar huis. Een oud boertje (blauwe overall, pet, klompen) zwaait vriendelijk naar me vanaf zijn antiek aandoende fiets met motortje. Je zou het bijna een mooie dag kunnen noemen…

Comments are closed.