Predictably unpredictical

The windows are open. A breeze.
Familiar room. Familiar animals.
Me, sitting here, being what I am.
And me being different tonight.

Inevitable change. A strange thought.

Magisch denken

Bijna iedereen schijnt het te doen, magisch denken. Sommigen mogen van zichzelf niet op de tegelrandjes lopen, de ander moet vijf Toyota’s achter elkaar zien en dan zal zijn/haar wens uitkomen, weer iemand anders moet de hoek van de straat in precies 40 stappen bereiken.
Magisch denken is valse hoop en slaat nergens op. Misschien doe ik het daarom al mijn hele leven, want valse hoop en dingen die nergens op slaan zijn helemaal des Lions.
De laatste paar jaren zijn het vooral cijfers die me fascineren. Als ik op de klok kijk om 11.11, 12.34 of 22.22 betekent dat geluk. Met de Wii is het helemaal vreselijk: ik moet de stappenteller in de gaten houden om te zien of ik wel ‘netjes’ stap (de Wii is nogal kieskeurig, als je niet precies goed op het balance-board gaat staan telt de stap niet mee en dat is balen). En dan begint de ‘magische’ serie: 11, 22, 44, 88, 99, 100, 111, 222, 444, 888, 999, 1000, 1111, 2000, 2222, 3000, 3333 en 4000. Dat zijn de ‘pure’ getallen. Die worden versterkt als ik via een berekening van de klok een ‘confirmatie’ kan vinden: 99 stappen op 45 seconden bijvoorbeeld, want 4+5=9. Als u begrijpt wat ik bedoel.
Er zijn ook ‘onzuivere’ magische getallen: 1222, 1444, 1888, 2111, 2444, 2888, 3111, 3222, 3444, 3888, 4111… en nóg onzuiverder zijn getallen als 2555 (ik heb iets met 1, 2, 4 en 8, dus 3 vijven op een rijtje interesseren me minder). Het is trouwend verbazend hoe snel de tijd gaat als je van magisch getal naar magisch getal stept.
Soms is mijn aandacht afgeleid en heb ik een belangrijk getal gemist. Net als met de klok, dat het 11.13 is in plaats van 11.11. Ik heb nog nooit gemerkt dat het enige invloed op de rest van de dag had. Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik me dan maar bedenk dat 1+1+1 ook 3 is en dat 1113 dus ook wel magisch is. En meteen afkloppen op onbehandeld hout, natuurlijk.

P.S.: zou ik dan toch iets met de Kabbalah hebben…?

Kleurenblind?

Net als waarschijnlijk heel veel van jullie ben ik mijn leescarrière begonnen met Gouden Boekjes. We hadden er een heleboel: over de hond die van zichzelf was, over brandweermannetjes, over de poes die dacht dat ie een muis was (nog steeds één van mijn favorieten, wat waren die tekeningen leuk!!!) en zo nog een stapeltje. Eén boekje ging over vier kleurpotloden: zwart, blauw, rood en geel, die – hoe educatief! – uitlegden over hoe je kleuren moest mengen. In mijn herinnering brak ééntje zijn punt af omdat hij te hard op zichzelf drukte (ze moesten op hun hoofd gaan staan om te kleuren, zie plaatje) – en daar begon het gedonder.
Die potloden hebben namelijk hun gezichtjes aan de kant met de punt zitten. En hoewel ik begreep dat een puntenslijper dat gebroken loodje in no-time weer scherp zou hebben, maakte ik me ernstige zorgen over het potlood. Want erg ver kon je niet slijpen voordat zijn gezicht tussen de messen zou zitten… Ik heb veel en lang nagedacht over hoe dat nou moest. Want potloden worden altijd stomp, en of je nou aan de onderkant of de bovenkant slijpt, als het levende mannetjes zijn moet dat wel pijnlijk zijn. Misschien hadden ze beter stiften kunnen gebruiken voor dat boekje. Maar ja, die drogen weer uit…
Overigens was ik als kind dol op puntenslijpen, ik herinner me dat we zo’n ontzettend fijn ding hadden, vierkant, drie draaimessen van binnen, laatje voor de schaafsels, knijpertje aan de voorkant, draaimechaniekje aan de achterkant, vastgeschroefd aan tafel. Die heb ik mezelf een paar jaar geleden ook cadeau gedaan, een fantastisch apparaat. En tegenwoordig kan ik zonder scrupules en tragische bijgedachten een potlood messcherp slijpen.

Voooo.. oo… oo… rt… g… a… n… g….

Na dertien jaar rondjes te hebben gedraaid in de mallemolen van de psychiatrie heb ik nu eindelijk het gevoel dat er iets gebeurt. Meerdere dingen zelfs.
Ten eerste, hoezee en joechei, ben ik na 6 weken afbouwen van de lithium af. Resultaat: 7 kilo eraf, normale stoelgang en niet meer 6 liter drinken per dag (water, limonade – nee geen wijn en genever). Dit met dank aan mijn psychiater, die dapper genoeg was om, ondanks mijn labeltje ‘bi-polair’, de Camcolit onder de rest van de medicatie uit te trekken. Negatieve gevolgen heb ik nog niet gehad – onrust, maar dat komt niet hierdoor, en volgende week gaan we daar eens fijn aandacht aan besteden. Men vermoedt een restant ADHD of ADD, en gelukkig zijn daar tegenwoordig ook medicijnen voor die niet onder de opiumwet vallen.
Ben nog steeds erg blij met de nieuwe psycholoog. Je kan erg verkeerde ideeën van jezelf opbouwen. Die van mij zitten er zo ver naast dat mijn werkelijke ik waarschijnlijk in New York woont, terwijl ik het hier met mijn waanbeelden mag doen. Via mindfulness meditatie (ja, moet ik zelf doen, twee keer per dag) en regelmatig zijn visie op mijn leven aan te horen beginnen dingen in perspectief te komen. Niet alles tegelijk, en langzaam, en soms met terugvallen – gut ja, ik ben ook niet Boeddha of de volgende Messias (dat laatste kan nog komen natuurlijk).
Verder heb ik een thuiszorgster uit voormalig Brits Guinea voor de broodnodige warmte, aandacht, knuffels, luisterend oor en schop onder de kont, en (volgens mij heel bijzonder) een SPV’er (sociaal psychiatrisch verpleegkundige) who actually gives a damn. We zijn bezig een weekschema op te bouwen, so far so good.
Ik voel me omringd door professionals die om me geven, elk op hun eigen manier. Dat is wel eens anders geweest en ik ben ontzettend blij en dankbaar voor deze groep mensen. Er is nog iemand die ik dankbaar ben (buiten vrienden, vriendinnen en lieve Happies natuurlijk): mezelf. Want al zou de buitenwereld me doodknuffelen, er is er maar één die mij uit mijn eigen drijfzand kan trekken: ik. En dat doe ik dus, voor de zoveelste keer. En mocht het mis gaan, dan zal ik het weer doen. En weer. En weer. Ergens in mij zit een kracht die dat kan. Ik heb geen medelijden nodig. Ik heb behoefte aan empathie, liefde en een weekschema.

Ich und ich im wirklichen Leben.
Ich und ich in der Wirklichkeit.
Ich und ich in der echten Welt.
Ich und ich.
Ich fühle mich so seltsam.
Die Wirklichkeit kommt.
Die Wirklichkeit kommt.

007 – Licence to communicate

Aan mijn sleutelbos hangen twee sleutels. Eén van de voordeur en één van de tuindeuren. De sleutels worden overrompeld door een bonuskaartje (ik vergeet dat ding altijd als ie in m’n portemonnee zit), een hanger met muntje (zodat ik nooit een 50 cent stuk bij me hoef te hebben voor de karretjes in de supermarkt), een piepklein zaklantaarntje (dat in het donker aan de halsband van mijn hond hangt, tot haar grote ergernis), een 16 Gb USB-stick (waar bijvoorbeeld het filmpje van mijn sculpturen ook op staat) en een zilverkleurig paard-schaakstuk (als herinnering aan een welverdiende schaak-mat).

Ik zit eraan te denken mijn nieuwe telefoontje eraan te hangen. Da’s maar een ielig dingetje, maar wel met alles erop en eraan: camera, mp3-speler, internet, mail, u roept, wij hebben. Leek me handig, m’n mobi aan de sleutelhanger: kan je ‘m ook niet vergeten als je het huis uit gaat. Als je tenminste klug genoeg bent om je huissleutels altijd mee te nemen natuurlijk (ik heb mezelf al diverse malen buitengesloten). En dan kan je natuurlijk ook niet even bellen met je telefoontje, want die hangt bij je g’dvergeten vergeten sleutels. Daarnaast nog een probleempje: mijn sleutels hangen vaak aan een riemlus aan mijn broek. En dan moet je wel heel onbevallige standjes innemen om je telefoon snel te beantwoorden. Toch maar niet doen, dan.

P.S.: dat apparaatje onderaan de foto is de telefoon. Er schuift niks uit en er klapt niks open. Nu niet meer te vinden aan de sleutelbos :-)

Notititie Ad: Deze foto heb ik niet – wie wel?