Yonit
Ik hou van het Noorderlicht. De hond kan er los (al loopt ze wel weg) en als het echt warm is zwem ik er in het IJ. Maar je kan er niet lopend naartoe, vanaf mijn huis. Je moet met de fiets, waarbij Vata als handrem fungeert, of met de bus, wat Vata ook al niet leuk vind en met wachten mee duurt het een half uur voor je er bent.
Maar verder is er hier niks. Een snackbar, niet al te ver weg. Niet echt gezellig. De IJ-kantine, bijna even ver weg als het Noorderlicht maar een beetje pretentieus. Beggars can’t be choosers – mooi weer is Noorderlicht-weer.
Een paar weken geleden, het regende nog veel en het was koud, kreeg ik een kaartje in de bus. Het vernieuwde Zonneplein-café was open. Het Zonneplein, daar zit mijn dierenarts, en mijn kapper, en mijn euroshop-winkel. Ik kom er niet heel vaak. Maar vandaag, met de keus om rusteloos in de tuin te zitten of naar buiten gaan, heb ik mijn fretje Neo in zijn tuigje gehesen en ben naar het Zonneplein gelopen.
Verrassing. Aángename verrassing! Tafeltjes in de volle zon buiten. Het interieur licht en vrolijk. Zelfgemaakte taarten en heerlijke broodjes. Uitzicht over het plein. Open Wifi! Mensen die zich tegen mij en Neo aan bemoeien. En na afloop even naar de euroshop om (ieuw) échte muizenvallen te kopen, en snoepjes voor Vata.
Er maakt zich een gevoel van opluchting van mij meester. Amsterdam Noord is weer wat leefbaarder geworden. Morgen belooft mooi weer. Ik neem mijn hond, de zaterdagkrant en mijn laptopje mee en ga genieten. Ik heb er nu al zin in.
P.S.: een meneer die er, wat mij betreft, nogal mafioos uitzag, en op het terras zat samen met zijn moeder Joke waarvan ik eerst dacht dat het ook een man was, vertelde me van alles over zijn beestjes. Hij had ook fretten gehad. Aan het eind van het gesprek zei hij: ‘Heb ik jou laatst niet op tv gezien?’ Schrik! Ik ben herkend!
Notitie Ad: Ook hier ontbreekt een foto. Het was in ieder geval een foto van het Zonnehuis.
Yonit
Flashback bij House. Hij ligt, duidelijk erg ziek, in een ziekenhuisbed. Zijn toenmalige vriendin, Stacy, zit naast hem. House heeft een infarct gehad in zijn bovenbeen en een deel van de spier is aan het afsterven. Het zou het beste zijn als zijn been wordt geamputeerd, maar daar wil House (natuurlijk) niets van weten. Zijn vriendin vraagt hem: ‘Would you give up your leg if it was me who was dying?’ House zegt: ‘Ofcourse.’ Waarop Stacy antwoord: ‘So why won’t you give it up for you? What makes you love and value another person more than you love yourself?’
…auw…
Yonit
Ik ben een enorme fan van Hannibal Lecter. Met uitzondering van zijn kannibalisme is dit de perfecte erudiete man: oneindig veelwetend, de smaak (uh… in de goede zin van het woord) van een ware connaisseur, een niet bij te houden IQ en – een geheugenpaleis.
Geheugenpaleizen ontstonden in de tijd van de Grieken. Een of andere Griek gaf een schranspartijtje, en terwijl een van de gasten even buiten stond (een sigaretje roken ofzo, geen idee) stortte het huis van de gastheer in. Door het geheugen van de meneer buiten konden alle doden geïdentificeerd worden: hij kon precies voor de geest halen waar iedereen gezeten had.
De Romeinen hebben dit visuele geheugen verder uitgewerkt. De senatoren konden ellenlange toespraken uit hun hoofd opzeggen, omdat ze werkten met de metafoor van een huis: eerst de inleiding. Dat is de hal. In die hal staat een beeld dat iets uitbeeldt dat de spreker wil zeggen. De dingetjes er omheen komen vanzelf wel. Vervolgens betreed de spreker in zijn hoofd de patio, en de volgende kamer, en de volgende – allemaal tjokvol visuele afbeeldingen die hem helpen herinneren welk gedeelte van zijn toespraak nu aan de beurt is. Een soort begin-van-de-jaartelling-autocue.
Later werden geheugenpaleizen, zoals ze bekend stonden, gebruikt om meer algemene informatie op te slaan. Als je een recept wilde hebben, kon je waarschijnlijk het beste naar de keuken. Voor de verjaardag van je neefje raadpleegde je de verjaarskalender op de wc. Dat soort dingen.
Hannibal heeft een enorm geheugenpaleis. ‘Memory is what I have instead of a view’, zegt hij zelf. Het is voor hem zo echt dat zelfs als men hem in zijn oog steekt met een electrische vee-stok, hij het paleis binnen kan gaan om zijn pijnlijke oog tegen een koel marmeren beeld te leggen.
Toen ik dat gelezen had was mijn belangstelling gewekt. Talloze boeken heb ik erover verslonden (The Memory Palace of Matteo Ricci, The Art of Memory, Chambers for a Memory Palace, The Memory Palace of Isabella Stewart Gardner) en ik ben zelfs aan mijn eigen geheugenhuis gaan werken. Nooit veel verder gekomen dan een keuken meteen koelkast waar wat dingen instonden (boodschappenlijstje…). Niet zo gek overigens dat ik niet ver kwam – eigenlijk moet je beginnen met het bouwen van je paleis op zeer jonge leeftijd.
Toen ik ecologisch groenbeheer ging studeren moest ik zo’n 200 planten leren kennen – Nederlandse naam, Latijnse naam, soort grond, soort licht, omgeving. Dat zijn dingen die ik haat om uit mijn hoofd te leren. In plaats van een geheugenpaleis heb ik een soort rudimentair geheugenlandschap aangelegd. Terwijl ik het paadje afliep – door het bos, het grasland, droge heide, zompige rietvelden, langs het beekje en zelfs door een dorpje – groeiden daar de bloemen, planten, heesters en bomen die ik moest kennen. Wat zal ik dromerig hebben zitten kijken tijdens het determineren van de bos bloemen en takken op de examentafel! Helaas was het van korte duur. Hoewel ik nog precies weet hoe het paadje eruit zag, de omgeving, de heuvel rechts in de verte, de bemoste stenen bij de beek waar ik mijn voeten even in kon laten afkoelen – en ik zie ook nog wel planten en bomen natuurlijk, maar hoe ze héten? En of ze op de goede plek staan? Geen idee. Gelukkig is het 2009. Ik Google het wel even.
Yonit
Ik probeer mijn kunst natuurlijk niet naar die van iemand anders te modelleren, maar er zijn werken die ik graag zelf gemaakt zou hebben, en één van de kunstenaars wiens resumé me enorm aanspreekt is dat van Maurizio Cattelan.

Het eerste werk dat ik van hem zag was het hierbij afgebeelde ‘Bidibidobidiboo’. Dat de opgezette eekhoorn volkomen uit z’n natuurlijke context is gehaald vind ik niet vreemd. We zijn tenslotte allemaal opgegroeid met pratende beren, aangeklede eenden, muizen met een heel eigen imperium. Daar hoef ik niet over na te denken, dat is niet controversieel.
Wat ik me meteen afvroeg toen ik dit kunstwerk zag was: waarom? Waarom zou deze eekhoorn zo ongelukkig zijn geweest dat hij zelfmoord heeft gepleegd? Wat kan een eekhoorn zo ongelukkig maken? Andere, misschien minder belangrijke vragen die door mijn hoofd schoten waren: waar heeft hij dat pistooltje vandaan? En hoe heeft hij zichzelf doodgeschoten, terwijl je nergens bloed ziet?
De vragen zijn onbeantwoord, althans door Maurizio Cattelan, en dan kom je in de categorie kunst waar ik het meeste van houdt: beeldend, maar multi-interpretabel. Je mag er van denken wat je wilt, als je maar dénkt. Geen voorgekauwde happen.
Later kwam ik nog veel meer werk van Cattelan tegen, ging er naar op zoek. De twee versies van ‘De Bremer Stadsmuzikanten’ – in Münster. De kleine biddende Hitler. Juist het feit dat het beeld niet life-size is maakt het iets om over na te denken. De Paus, getroffen door een meteoriet. Het moeie paard met de veel te lang uitgerekte benen, de kapotte hoeven. Het paard dat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld herten- en zwijnenhoofden, met zijn achterlijf aan de muur hangt. De met duct-tape aan de muur geplakte manager van Cattelan.
Cattelan is beroemd. Hij heeft het geld en de ruimte (en de opdrachtgevers) om groot te werken. Iets om na te streven. Maar in het uitzinnige geval dat ik geen wereldberoemd kunstenaar word, in ieder geval genoeg om over na te denken. Dat is bijna nog leuker dan zelf kunst maken: nadenken.
Zelfkijken
Yonit
Let us sing praise to the Holy Weapons!
To the humble stone, that can crack a skull.
Let us thank the iron poles that break limbs,
the burning tyres whose smoke gives us cover.
Praise Allah for the simple fire-bombs
which cause destruction and mayhem,
let us not forget the obstacles of flaming cars
which give us time to run from enemy tanks.
Praise the the humble, simple bullet
and the pistol and rifles that go with it.
They maim, they kill, they destroy the opponent:
such small jewels of beauty, precious as gold.
Our landmines which kill hundreds, some innocent
perhaps, but we have the godgiven right to defense!
The dynamite vests on our immortal martyrs
who take out whole busloads of foes at a time.
Our rockets which reach deep within the false country
which inflame their tempers, make them scream revenge.
But we, we have Allah. He will not leave us, he provides,
food, water, weapons and the will to lay down our lives.
Let us sing praise to the Holy Weapons!
As long as we have them, we will not retreat.
They cannot kill us, and every next generation
is taught the same hatred, will die like martyrs, Inshallah.
P.S.: Ja, ik ben Joods, en dús geen antisemiet. Arabieren en Joden zijn broedervolken. Ja, ik ben Israëli, maar het niet eens met de standpunten van de radicale extremisten – niet die aan de kant van de Joden en niet die aan de kant van de Arabieren. Ik heb dit geschreven naar aanleiding van een speech die ik uitgesproken hoorde door een met zijn gezicht in een rode zogenaamde ‘Arafat-sjaal’ gehuld Hamas-lid. En nee, ik heb net zo min als alle specialisten en knappe koppen en bemiddelaars van de wereld een oplossing voor dit afschuwelijke probleem.
|
|
Laatste reacties