Lieve Yonit,
We gingen samen naar de tentoonstelling van jouw opa. Trots was je, je leidde me rond alsof het je eigen was. De bewonderende woorden van mij voor de mooie dingen die hij maakte, kon je aan de andere kant slecht horen. Er was een persoonlijk verhaal bij haast elk object, elk meubelstuk, elke tekening.
De keuken, je wandelde er vroeger als kind in rond, nu vond je die terug in het Haags Museum. Het was een bijzondere dag. Inkijkje in jouw leven.
En eerder in de tijd, toen het met mìj niet zo goed ging, stuurde je me de allerliefste zwarte panter die ik ooit gezien had. Hij zit nog steeds naast me op het krukje naast mijn stoel. Je was er zo goed in; een teken van troost, een lief woord, de juiste intonatie. Niet teveel, niet te weinig. Jouw eigen mooie gevoeligheid.
We deelden veel, alweer een tijd geleden. Een bijzonder gevoel voor humor, onze verdrietjes, jouw grote pijn en mijn poging die een beetje te verzachten wat me soms wel, maar vaak ook niet lukte.
Mensen die ‘anders zijn’, leven vaak in eenzaamheid. Omdat de andere mensen hun eigen ‘anders zijn’ ontkennen of er slecht raad mee weten. Dan lijkt het of je alleen bent. Voor mijn gevoel was je completer dan de meesten van ons.
Er zijn een paar mensen in een heel leven die ik nooit vergeet. Jij bent daar één van.
Ik hou veel van je lieve Yonit en ik vertrouw dat je nu je rust gevonden hebt. We zien elkaar terug, als mijn paadje hier gelopen is.
Veel liefs, Hanneke


Laatste reacties